Samen zitten we in het theehuis van het woonzorgcentrum. We drinken een colaatje. “Dat doe ik elke dag”, zegt Tineke. Ze is 58 en kerngezond, tot vorig jaar. Toen kreeg ze een herseninfarct. Alsof ze nog niet genoeg voor de kiezen had gehad. Op haar 32e weduwe met twee kleine kinderen, een pleegzoon die zich alleen bij haar thuisvoelde en nu dakloos is. “Ik heb geluk gehad, ik kan nog praten”, zegt ze. “En ik heb de mooiste kleindochter van de hele wereld.” Het glas cola is niet half leeg, maar half vol.
Ik kijk naar buiten. Tineke geniet. Van ons gesprek, van het leven. Hoe simpel kan levensgeluk zijn. Die vlieger gaat niet voor iedereen op.
De graaicultuur floreert. Inhalige topmannen van banken en bedrijven kennen zichzelf niet alleen riante salarissen toe, maar strijken ook torenhoge bonussen op. Aandeelhouders en commissarissen kijken ondertussen even de andere kant op. Want met klokkenluiders loopt het zelden goed af.
‘ABN Amro verhoogt de salarissen van topmanagers met twintig procent’ kopt de krant. Als reactie op het door de minister van Financiën ingestelde bonusplafond van twintig procent. Wie houdt wie voor de gek? ABN Amro is niet de enige. De Rabobank verhoogde begin dit jaar de vaste salarissen van de top met dertien procent om het afschaffen van bonussen, oplopend tot veertig procent, te compenseren.
Ondertussen vliegt de ene na de andere werknemer eruit en moet een zzp’er of mkb’er smeken om een hypotheek of krediet.
Sociale rechtvaardigheid, het is ver te zoeken.
Maar mijn dag kan niet meer stuk.
Het gesprek met Tineke. Dat was mijn bonus van vandaag.